Alabaster, in het Nederlands albast, is een natuursteen die al duizenden jaren wordt gebruikt voor kunst, beeldhouwwerk en decoratie. Wat de steen bijzonder maakt is dat hij licht doorlaat: zet er een lichtje in en de steen gloeit van binnenuit op. In dit artikel leggen we uit wat alabaster precies is, hoe het ontstaat, waar de kleurverschillen vandaan komen en waar je op let als je het koopt.
Wat is alabaster precies?
Alabaster is een verzamelnaam voor twee nauw verwante gesteentes die er voor het oog vrijwel hetzelfde uitzien:
- Gipsalabaster, chemisch gezien waterhoudend calciumsulfaat. Dit is de zachtste variant.
- Calcietalabaster, ook wel Egyptisch alabaster genoemd, bestaand uit calciumcarbonaat. Dit is de steen die wij gebruiken.
Beide zijn opvallend zacht voor natuursteen. Op de hardheidsschaal van Mohs, die van 1 (talk) tot 10 (diamant) loopt, zit gipsalabaster rond de 2 en calcietalabaster rond de 3. Ter vergelijking: marmer zit op 3 tot 4 en graniet op 6 tot 7. Je kunt alabaster dus met de hand bewerken, en precies dat maakt het al sinds de oudheid zo geliefd bij ambachtslieden.
Die zachtheid heeft ook een keerzijde. Alabaster is gevoeliger voor krassen, stoten en vocht dan harder natuursteen. Verderop leggen we uit wat dat betekent voor het gebruik.
Hoe ontstaat alabaster?
Alabaster is geen gestolde lava en geen samengeperst sediment, maar een neerslaggesteente. Het ontstaat waar mineraalrijk water langzaam verdampt, bijvoorbeeld in ondiepe zoutmeren of in grotten en spleten waar kalkhoudend water doorheen sijpelt. Bij elke verdampingsronde blijft er een dun laagje mineraal achter.
Dat proces herhaalt zich duizenden keren, over een periode die in tienduizenden tot miljoenen jaren loopt. Laag op laag bouwt zich zo een compact blok op. De aders die je in een afgewerkt stuk ziet zijn precies die afzettingslagen, in doorsnede. Kijk je goed naar een alabaster houder, dan kijk je dus letterlijk naar een tijdlijn.
Het alabaster dat wij gebruiken komt uit Egypte, uit een gebied dat al sinds de tijd van de farao's wordt ontgonnen. Hoe die steen vervolgens een woonaccessoire wordt, beschrijven we stap voor stap in alabaster uit Egypte: van zoutmeer tot waxinelichthouder.
Waarom laat alabaster licht door?
Dit is de eigenschap waar het bij sfeerverlichting allemaal om draait. Alabaster is translucent, oftewel lichtdoorlatend zonder doorzichtig te zijn. De kristallen in de steen zijn zo fijn en zo dicht op elkaar gepakt dat licht er wel doorheen komt, maar onderweg alle kanten op wordt verstrooid. Je ziet daardoor geen scherp beeld door de steen heen, maar een diffuse, gelijkmatige gloed.
Hoe sterk dat effect is, hangt af van drie dingen:
- Wanddikte. Dunner uitgehold betekent meer lichtdoorlaat. Onze ambachtslieden zoeken daarin bewust de grens op, want te dun maakt het stuk kwetsbaar.
- Kleur en insluitsels. Lichte, zuivere partijen laten meer licht door dan donkere, ijzerrijke.
- De lichtbron. Een warm lichtje geeft een amberkleurige gloed, koelwit licht maakt de steen grauw.
Dit is ook waarom een foto van alabaster met het licht uit maar het halve verhaal vertelt. De steen doet pas echt iets zodra er licht in zit.
Waar komen wit en bruin vandaan?
De kleur wordt bepaald door wat er tijdens die opeenvolgende verdampingsrondes meekwam aan andere mineralen, vooral ijzerverbindingen. Weinig insluitsels geven bijna zuiver wit tot romig ivoor. Meer ijzer geeft honing, karamel en uiteindelijk diep koperbruin.
Daaruit volgt een vuistregel die bijna altijd opgaat: hoe bruiner het stuk, hoe meer tekening je erin ziet. Wit alabaster is niet effen wit, maar de adering is subtieler. Welke kleur in jouw interieur het beste werkt, en waarom dat per wand en per kamer verschilt, zetten we uiteen in wit of bruin alabaster: zo kies je de juiste kleur.
Elk stuk is uniek
Omdat de kleur en de adering het resultaat zijn van een natuurlijk afzettingsproces, en omdat elk stuk met de hand wordt uitgehold en gepolijst, bestaan er geen twee identieke exemplaren. Twee houders uit hetzelfde blok verschillen al in tekening, en twee blokken uit dezelfde groeve verschillen nog veel meer.
Dat is geen productiefout maar de kern van het product. Je koopt geen serieartikel, je koopt een stuk steen met een eigen geschiedenis. Praktisch betekent het wel dat je exemplaar kan afwijken van de foto in kleur, adering en tint, en dat bruin meer varieert dan wit.
Alabaster, marmer, gips en hars: wat is het verschil?
Alabaster wordt regelmatig verward met andere materialen, en niet alles wat als alabaster wordt verkocht is het ook.
- Marmer is harder en dichter, en laat nauwelijks licht door. Een marmeren houder blijft donker als je er een lichtje in zet.
- Gips voelt licht en warm aan, is mat en kan wit uitslaan. Het laat wel wat licht door, maar vlak en zonder diepte.
- Hars of gegoten composiet is het meest voorkomende alternatief. Het is opvallend licht in gewicht, voelt kamerwarm aan en heeft vaak een herhalend adertjespatroon, want het komt uit een mal.
Echt alabaster voelt zwaar, koel en glad aan, en de adering loopt door van binnen naar buiten in plaats van alleen over het oppervlak. De volledige checklist, inclusief een paar tests die je in de winkel kunt doen, staat in echt albast herkennen: zo zie je het verschil met hars, gips en marmer.
Waar je op let bij het kopen
- Gewicht. Pak het op. Alabaster is merkbaar zwaarder dan je verwacht.
- Lichtdoorlaat. Vraag of je er een lichtje in mag zetten, of houd het tegen het licht. De gloed hoort van binnenuit te komen.
- Adering. Natuurlijke aders zijn onregelmatig en lopen door de dikte van de steen heen.
- Afwerking aan de binnenkant. Een handgemaakt stuk is ook van binnen netjes uitgehold, niet alleen aan de buitenkant mooi gemaakt.
- Herkomst. Een verkoper die kan vertellen waar de steen vandaan komt en wie hem bewerkt, heeft meestal ook grip op de kwaliteit.
Gebruik en onderhoud
Alabaster is zacht en poreus, en daar volgt het onderhoud logisch uit. Drie regels, en die zijn belangrijker dan ze klinken:
- Gebruik geen water. Reinig je alabaster houder alleen met een droge doek. De steen neemt vocht op, en dat kan vlekken en doffe plekken geven.
- Gebruik elektrische waxinelichtjes. Die beschermen de steen tegen directe hitte en roetvorming. Het is meteen ook de veiligste optie, en je kunt het licht gewoon laten branden.
- Behandel het als glas of keramiek. Alabaster kan breken bij vallen of harde stoten, dus zet het op een stabiele ondergrond en niet op een randje.
Meer, inclusief wat je doet als er toch iets op komt, lees je in albast onderhouden: zo blijft het jaren mooi.
Albast of alabaster: is er verschil?
Nee. "Albast" is de Nederlandse benaming, "alabaster" de internationale. Beide verwijzen naar dezelfde steen. Waar die dubbele naamgeving vandaan komt en welke schrijfwijzen je nog meer tegenkomt, staat in albast of alabaster: is het hetzelfde?
In het kort
- Alabaster is een zachte, lichtdoorlatende natuursteen. Onze variant is calcietalabaster uit Egypte.
- Het ontstaat doordat mineraalrijk water laagje voor laagje neerslaat. De aders zijn die lagen.
- De steen laat licht door omdat fijne kristallen het licht verstrooien. Dun uitgehold geeft meer gloed.
- IJzer bepaalt de kleur: weinig is wit, veel is bruin. Bruin heeft meer tekening.
- Geen twee stukken zijn gelijk, en dat is het product, geen fout.
- Geen water, elektrische waxinelichtjes, en behandelen als glas.
Wil je zien wat de steen doet in je eigen interieur, dan is de ronde alabaster waxinelichthouder het meest gekozen startpunt. Zoek je juist een sculpturaal object in plaats van een lichtpunt, kijk dan naar de Alabaster Bowl, een decoratieve schaal waarbij de tekening van de steen het hele verhaal is. De rest vind je in onze volledige collectie.